Slachtoffers van musculoskeletale aandoeningen willen erkenning

150.000 langdurig zieken. Daarvoor zorgen tal van musculoskeletale aandoeningen, oftewel spier- en gewrichtsaandoeningen. Denk maar aan tilproblemen en overbelasting in de zorgsector en bij logistiek personeel, of de muisarm bij beeldschermwerkers. De slachtoffers hebben niet alleen fysiek pijn, ook de mentale gevolgen kunnen niet overschat worden. Puls Magazine sprak met twee werknemers die getroffen zijn door zo’n aandoening. Zij pleiten voor meer preventie, begrip en de nodige investeringen.

Marianne heeft een bureaujob. Door haar repetitief werk met o.a. toetsenbord en muis, ontwikkelde ze artrose in de schouder, kreeg ze botoedeem en heeft haar schouderblad zich verplaatst. Ze onderging zelfs een operatie.

 

“Mijn pijn heeft veel te maken met mijn werkomstandigheden”

 

Opslag uitgesteld

“Van augustus, toen ik de eerste symptomen kreeg, tot oktober vorig jaar zat ik thuis. Mijn werkgever ging daar aanvankelijk goed mee om. Mijn bureaustoel werd zelfs naar mij thuis gebracht. Ik kreeg verschillen inspuitingen. Daar nam ik twee maanden verlof voor, want ik wilde niet in ziekteverlof. Dat vond mijn werkgever minder leuk, gezien de drukte op het werk. Begin februari 2022 ging ik terug aan de slag, tot mijn arts oordeelde dat ik geopereerd moest worden. Daar kon mijn werkgever echt niet mee lachen. Die reactie vond ik echt niet oké, want de maanden voordien deed ik er alles aan om niet in ziekteverlof te gaan en die operatie te vermijden. Neen, dankbaar was mijn werkgever niet. Het had voor mij persoonlijk ook gevolgen, want zo wordt mijn loonopslag pas volgend jaar, misschien, goedgekeurd.”

Bang voor werkgever

“Ik werk nu voltijds. Voorlopig gaat het goed. Wat ik heb, kan echt iedereen overkomen. Het is aan de werkgever om hier correct mee om te gaan. Mijn regionale verantwoordelijken hebben wel wat initiatieven genomen rond ergonomie, maar sinds wat ik een ‘verdoken herstructurering’ noem, legt onze organisatie veel meer verantwoordelijkheid bij de centrale bedrijfsleiding. Sinds die reorganisatie hebben bovendien veel collega’s schrik om hun mening te zeggen, omdat er soms echt dreigende taal wordt gesproken door de directie. We zijn allemaal op onze hoede, uit schrik om fouten te maken.”

“Ik wil gewoon duidelijk maken dat de problemen die ik en andere collega’s ervaren, de pijn door de aandoeningen, veel te maken hebben met de werkomstandigheden. Het is tijd dat de werkgever in eigen boezem kijkt. Bureauwerk is echt geen gemakkelijk werk. Ik hoop dat we dit binnenkort toch bespreekbaar kunnen maken. De kost voor aangepast materiaal ligt ook veel lager dan de kost van een langdurig zieke.”

Betty werkt als lerares en administratief medewerkster op een school. Een tinteling in haar vingers, drie jaar geleden, zette haar hele leven op zijn kop. Onderzoek wees uit dat ze lijdt aan het cubitaal tunnel syndroom, een aandoening waarbij signalen vanuit de hersenen de spieren niet meer bereiken als gevolg van beschadiging van de zenuwen. De spieren in haar linkerarm worden kleiner en kleiner en verliezen snel aan kracht, ook wel spieratrofie genoemd. Bovendien sturen de zenuwen pijnberichten naar de hand en arm.  “Vergelijk het met een elektriciteitsdraad van een lamp die niet helemaal is doorgeknipt, waardoor het licht aan en uit blijft gaan. Het is lichamelijk en geestelijk slopend. Op dit moment kan Betty op advies van haar artsen nog maar 50% werken.

Is repetitief werk de oorzaak van je problemen?

Betty: “Neuromusculaire aandoeningen, zoals de mijne, ontstaan niet zomaar. Vaak is het probleem al maanden of jaren aanwezig voordat je er echt last van begint te krijgen. Het is moeilijk te bewijzen dat het soort werk en de omstandigheden van mijn werk de oorzaken van mijn problemen zijn. Maar ik ben ervan overtuigd dat het wel zo is.

Wat waren de gevolgen voor uw werk?

Betty: Vroeger werkte ik voltijds. Nu werk ik nog 50%, op advies van de bedrijfsarts. Mijn functie is niet veranderd, dus ik heb nog steeds evenveel werk als vroeger, maar ik moet het nu gedaan krijgen in de helft van de tijd.

 

“Door mijn toestand staat mijn baan op het spel”

 

Neemt uw werkgever initiatieven om uw situatie draaglijker te maken?

Betty: Helaas. Voor zulke investeringen heeft mijn werkgever geen budget. Zoals ik al zei, kan ik maar 20 uur werken, en dan nog maar op 50% van mijn potentieel. Hoewel de werkgever een vergoeding krijgt voor mijn aandoening, proberen ze me als het ware naar de uitgang te leiden. Enerzijds willen ze minder personeel vanwege de hoge kosten, en anderzijds willen ze iemand in mijn plaats die 100% van de tijd beschikbaar is.

Heb je hulp gezocht bij organisaties?

Betty: Natuurlijk. Het moeilijke is dat je alles zelf moet uitzoeken. Het zou enorm helpen als er op een eenvoudige manier  informatiepakketten beschikbaar zouden zijn met de contactgegevens van de verschillende organisaties, zoals ziekenfondsen, sociale zekerheid, gehandicaptenzorg, enz.

Wat zijn de volgende stappen voor u?

Betty: Ik ben in gesprek met mijn werkgever en met vertegenwoordigers van het ACV. We proberen voor mijn situatie een goede oplossing te zoeken. Mijn werkgever heeft er immers voor gekozen om de inhoud van mijn functie te veranderen in iets wat ik fysiek niet meer kan. Ik doe mijn uiterste best om een goede werknemer te zijn. Maar ik zit in een strijd die bijna onmogelijk te winnen is. Het is een gevecht tegen de werkgever, tegen het systeem, omwille van een aandoening waar ik niets aan kan doen. Het is ook psychologisch moeilijk om dragen.

Heeft u nog goede raad voor werkgevers om problemen als de uwe te voorkomen?

Betty: Wees proactief. Ga preventief te werk om aandoeningen te voorkomen door te investeren in de werkplekken van je personeel. Investeer in ergonomie, voor het te laat is. De investeringskosten om elke werkplek werkbaar te maken, zijn vele malen lager dan de kosten van langdurige ziekte. Bovendien zou het een enorme meerwaarde betekenen als werkgevers zouden samenwerken met instanties en organisaties die gespecialiseerd zijn in de aanpak en begeleiding van langdurig zieken en gehandicapten, zodat er beter werk gemaakt kan worden van een degelijke re-integratie.

Meer rechten voor de rug!

Het ACV wil een beter wettelijk kader tegen de breed verspreide problematiek van musculoskeletale aandoeningen (MSA). Het is de meest voorkomende werkgerelateerde gezondheidsproblematiek: 62% van de Belgische werknemers heeft er last van. Een derde van de langdurig zieken lijdt aan MSA. Slechts 58% van de werknemers met MSA acht het haalbaar om tot 60 jaar te blijven werken.

Het ACV pleit ervoor om het gat in de welzijnswetgeving te dichten, door een specifiek luik rond MSA in te voeren. Deze nieuwe wetgeving moet de risico’s identificeren en preventieve maatregelen mogelijk maken. De preventieadviseur en de werknemersvertegenwoordigers moeten bovendien een sterkere rol krijgen. Als men aantoonbaar ziekmakende arbeid niet aanpakt, is langdurige ziekte onvermijdelijk.

Het ACV wil MSA ook sneller als beroepsziekte erkennen. Op dit moment worden slecht heel weinig gevallen erkend. Slechts ±1.500 van de ±150.000 MSA-dossiers leidde tot een erkenning als beroepsziekte. Een evaluatie en aanpassing van de erkenningsprocedure dringt zich op.

Auteur: Tom Van Aken | Afbeeldingen: Rutger Van Parys