Lien Valcke onderzocht welzijn van op de luchthaven

In 2014 begon Lien Valcke aan de Universiteit Gent een onderzoek naar de arbeidsomstandigheden in de luchtvaartsector. De stroom van onbehagen waar ze op botste, zette de deur open naar een ruimer onderzoek, dat bijna tien jaar later resulteerde in haar doctoraatsthesis.

“Ik was eigenlijk heel verrast,” herinnert Valcke zich. “De werknemers voelden zich niet gewaardeerd en ervaarden zelden bevestiging. Ik herinner me uit die periode nog een uitspraak van Ryanairbaas O’Leary. Die zei iets als ‘Als je sympathie wil, koop dan een hond’. Die boutade illustreert wat een brede personeelsgroep van piloten en cabinepersoneel toen aangaf: onze werkgever geeft niet om ons. Die bevinding stond voor mij in schril contrast met het happy en sexy imago van de sector. Dat verdiende wel wat nuancering.”

Wat onderzocht je precies?

Valcke: “Ik peilde naar het fysiek en mentaal welzijn, het gevoel van jobzekerheid en de beleving van de managementstijl. Het fysiek welzijn bleek in de jaren ’20-’21 wat beter, maar dat lijkt vooral te liggen aan de lockdown. Omdat werknemers niet of minder konden werken, hadden ze ook minder gezondheidsklachten. Mentaal ging het in diezelfde periode wel een stuk slechter, ook na de lockdowns. Dat heeft veel te maken met de agressie van de passagiers, die alleen maar is toegenomen. Op vlak van aangevoelde jobzekerheid was ’21 uiteraard beter dan het lockdownjaar ervoor. Maar wat op vlak van welzijn het slechtst scoorde, was de managementstijl. Het luchtvaartpersoneel voelde zich niet gehoord, de werknemers kreeg zelden bevestiging als ze iets aankaartten en voelden zich compleet vervangbaar. Dat ervaarde het personeel als een nog groter probleem dan hun atypische contracten.”

Wat bedoel je daarmee?

Valcke: “In de sector heeft heel wat personeel een ander statuut dan een klassiek werknemersstatuut. Er zijn zelfstandige piloten, er zijn werknemers met zero hour contracten die nooit zeker zijn dat ze opgeroepen zullen worden en dus iets zullen verdienen, er zijn zelfs piloten die betalen om te mogen vliegen. Want wie niet genoeg vlieguren heeft, kan zijn vlieglicentie verliezen. Ze betalen dan liever om te mogen vliegen dan dat ze die kwijtspelen. Bij de start van mijn onderzoek in 2014 leken die trends te verminderen, maar sinds corona zijn ze helemaal terug, al moet ik erbij vertellen dat het nu opnieuw wat kantelt. Na corona zijn er zoveel mensen uit de sector gestapt dat er nu een personeelstekort is. Dat geeft werknemers terug een wat sterkere onderhandelingspositie. Maar we komen uit een zeer donkere periode. Vergeet niet dat veel piloten tijdens corona 40 tot 50% van hun loon afstonden om hun maatschappij overeind te houden.”

 

“Het happy en sexy imago van het luchtvaartpersoneel verdient wel enige nuance”

 

Is dat vooral een probleem van de lowcost maatschappijen?

Valcke: “Nee. Ryanair is al lang niet meer de slechtste leerling van de klas. In de hele sector zijn de winstmarges zeer klein. Alle maatschappijen besparen daarom op personeel en vragen enorm veel flexibiliteit. Tegenwoordig is wet leasing aan een opmars bezig. Dat betekent dat luchtvaartmaatschappijen vliegtuigen mét bemanning huren – soms zelfs op dagbasis. Dat geeft niet alleen het personeel veel onzekerheid, maar het is ook nefast voor de veiligheid. Want door de complexe constructies is er niemand verantwoordelijk voor health and safety. Verder blijkt uit ons onderzoek dat 25% van de piloten in Europa nog een tweede job heeft, omdat ze een exit uit de sector voorbereiden of te weinig verdienen. Zeker beginnende piloten en het cabinepersoneel verdienen echt niet veel. Maar die tweede job betekent wel dat ze te weinig tijd hebben om te rusten tussen hun opdrachten. En ook dan komt de veiligheid in het gedrang.”

Wat is de rol van de vakbonden in dit verhaal?

Valcke: “Het luchtvaartpersoneel voelt zich echt gesteund door de vakbonden. Er is ook een hoge graad van lidmaatschap. De vakbond heeft een belangrijke bufferende functie. Ze luisteren en kaarten de problemen aan. Zelfs als besprekingen niet meteen tot oplossingen leiden, voelt het personeel zich toch gehoord en ernstig genomen.”

En hoe zit het met de werkgevers?

Valcke: “Ook daar merk ik goede wil. Ze willen problemen bespreekbaar maken en aanpakken. Maar het personeel heeft er meestal weinig vertrouwen in. Werknemers durven problemen vaak niet aankaarten uit schrik om hun job te verliezen. Ik denk dat de vakbonden een rol kunnen spelen als brug tussen de werknemers en het personeel. Op Europees niveau lukt dat al behoorlijk. Daar overleggen vakbonden en werkgevers over oplossingen. Maar op de werkvloer blijft het water nog heel diep.”

Auteur: Jan Deceunynck | Afbeelding: Shutterstock